Dat gold niet voor de drie kilometer brede voorpostenstrook. Deze kon niet onder water worden gezet en was daardoor een zwak punt in de 45 kilometer lange verdedigingslinie tussen Rhenen en Spakenburg, daterend uit de tweede helft van 18de eeuw. Dit deel lag namelijk te hoog om te inunderen of anders geformuleerd, de Rijn die het water moest aanleveren stond gemiddeld genomen te laag.
Duitse aanval vertragen
Om dit gebrek te compenseren werden hier voorposten geplaatst. Ruim 500 soldaten kregen de opdracht ‘tot de laatste man en de laatste patroon’ de Duitse aanval zo lang mogelijk te vertragen. Vanwege het hoge grondwaterpeil was het maken van loopgraven in de kleiige bodem veelal geen optie. Daarom werd er vanaf de Grebbeberg met smalspoorverbindingen zand aangevoerd. Dat zand werd op hopen in de voorpostenstrook gedumpt om er vervolgens stellingen in aan te leggen.
In de ochtend van 11 mei zetten delen van het SS-regiment Der Führer de aanval op voorpostenstrook in. De minder goed bewapende Nederlandse verdedigers ondervonden veel hinder van het beperkte schootsveld, de gebrekkig ingerichte verdediging en de falende verbindingen. Bovendien boden de vele sloten, een nagenoeg droge tankgracht, de grote dichtheid aan boomgaarden en heel wat schuurtjes de Duitse aanvaller grote voordelen.
Ten dode opgeschreven
De groep van sergeant Mulder was gelegerd tussen de Grebbedijk en de Wageningse Afweg. In de middag doken eenheden van het derde bataljon van het SS-regiment voor hun stelling op. Michiel Hendriks bediende de lichte mitrailleur en hield de vijand aanvankelijk op afstand. Kort daarna kwam niettemin de beslissende Duitse aanval, totaal onverwacht aan de rugzijde van de stelling. Duitse stoottroepen waren met een boog om de groep Mulder heengetrokken om hen vervolgens ongemerkt van achteren te naderen.
Het vijandelijke vuur maakte dat de groep Mulder ten dode was opgeschreven. De Duitse troepen sprongen in de stelling, wierpen handgranaten in de schuilnissen en staken de strozakken in brand. Alleen soldaat Könning wist de aanval te overleven, hij hield zich dood en als de vijand verder trekt richting Grebbeberg weet hij te ontsnappen.
Laatste verzet gebroken
Zo werd ondanks hevig verzet de een na de andere Nederlandse stelling in de voorpostenstrook door de Duitsers opgerold. Als in de namiddag van 11 mei de groep van sergeant-majoor Blom zich overgeeft is daarmee het laatste verzet in het vlakke land tussen Wageningen en de Grebbeberg gebroken en kunnen de Duitse troepen zich opmaken voor de strijd om de Berg zelf.
Michiel Hendriks, de mitrailleurschutter van de groep Mulder blijft na de dodelijke aanval nog meer dan een jaar vermist. Pas op 24 september 1941 wordt zijn verbrande lichaam gevonden. Een ingestorte schuilnis is al die tijd zijn graf geweest.
Kijkt u nog even naar het schuurtje langs de Wageningse Afweg bij Huize ‘De Rijnschans’, in de constructie zijn de restanten van een kazemat verwerkt. Deze kazemat dateert uit mobilisatieperiode en was dus op 11 mei 1940 getuige van de ongelijke strijd die hier in de voorpostenstrook heeft gewoed.
info@grebbeberg.nl