Toen de geallieerden zich op een aanval voorbereidden, grepen de Duitse bezetters in. De bevolking moest vertrekken. In dorpen als Heel, Beegden en Wessem kregen de inwoners het bevel hun huizen te verlaten. Vaak met weinig tijd en slechts een paar bezittingen vertrokken ze naar een onzekere toekomst.
Langzaam raakten de dorpen leeg. Straten waar kort daarvoor nog volop leven was, werden stil. Huizen werden achtergelaten, soms beschadigd, soms nog steeds ingericht alsof de bewoners elk moment konden terugkeren. Duizenden mensen raakten ontheemd. Gezinnen trokken te voet, met handkarren of op de fiets weg van het geweld. Sommige inwoners vonden tijdelijk onderdak elders in omliggende dorpen zoals Baexem en Heythuysen, terwijl anderen verder weg werden gebracht. Wat ze achterlieten was hun thuis, vaak zonder te weten of ze het ooit nog zouden terugzien.
Wanneer Britse en andere geallieerde soldaten deze dorpen bereiken, worden ze geconfronteerd met een onverwacht tafereel: de dorpen zijn leeg. Voor de soldaten voelt het alsof ze niet welkom zijn, maar de werkelijkheid is anders: de inwoners zijn er niet meer. Ze zijn gevlucht voor het geweld dat nog steeds dichtbij is. Ook in andere delen van Limburg worden dorpen door de bevrijders verlaten aangetroffen.