Op het zogenaamde ‘Eiland van Osen’ hadden Duitse troepen een klein maar strategisch bruggenhoofd gevestigd. Dankzij de ligging nabij het sluiskanaal, een korte, overzichtelijke waterweg, konden ze veel effectiever weerstand bieden dan langs de kilometerslange bocht van de Maas bij Linne.
Op 6 december 1944 probeerden de Britten het sluizencomplex in te nemen, maar dat was geen gemakkelijke opgave. Het terrein rond de sluis werd zwaar verdedigd en was bezaaid met mijnen, waardoor de aanval onder moeilijke omstandigheden plaatsvond. Daardoor slaagden ze er slechts gedeeltelijk in terrein te winnen en bleef het eiland zelf in Duitse handen.
Na deze mislukte doorbraak ontstond er een uitzonderlijke situatie: de geallieerden bezetten de huizen van de sluiswachters aan de ene kant, terwijl Duitse troepen hun positie op het eiland en aan de overkant verdedigden. Beide partijen stonden tegenover elkaar op een afstand van slechts één kanaalbreedte. Dit leidde tot een langdurige patstelling van begin december 1944 tot eind februari 1945.
De geallieerde troepen die hier standhielden, werden bekend als de „Lock Force“, genoemd naar hun positie bij de sluis. Het leven aan het front was zwaar: kou, modder, mijnen en voortdurende dreigingen bepaalden maandenlang het dagelijks bestaan van de soldaten.
Pas eind februari 1945 kwam er beweging in het front toen Amerikaanse troepen het gebied bereikten. In de nacht van 25 februari staken zij het kanaal over en een dag later werd het eiland Osen eindelijk veroverd.