De berg heeft twee toppen: één van 826 meter in het noorden en één van 806 meter in het zuiden. De toppen worden gescheiden door een steile, smalle bergkam van ongeveer 900 meter lang.
De plannen van de Zuid-Afrikaanse soldaten omvatten ook de verovering van twee andere bergen die zeer dicht bij deze lange bergkam lagen: de Mount Alcino en de Mount Termine. De operatie begon op 19 oktober, toen infanteristen van het Zuid-Afrikaanse Witwatersrand/de La Rey Regiment probeerden de Duitse troepen te verrassen. De eerste top, op 806 meter, werd diezelfde ochtend veroverd. Daarna werd de aanval voortgezet met een bestorming van de tweede top, maar alle pogingen werden afgeslagen. Op dezelfde dag vielen eenheden van de Britse Scots Guards de top van de Mount Alcino aan, die pas de volgende dag werd veroverd.
Op 20 oktober 1944 voerden de Duitse troepen tweemaal een tegenaanval uit op de zuidelijke top van de Salvaro; ook deze aanvallen werden afgeslagen. Tegelijkertijd wisten eenheden van het Witwatersrand/de La Rey-regiment op de westelijke helling van de berg een huis met een hoogte van 604 te bereiken, vlakbij de tweede top van de Salvaro.
In de nacht van 22 oktober 1944 viel een compagnie van het Kimberly Regiment van het Zuid-Afrikaanse leger de tweede top (hoogte 816) aan. De hele dag werd er zwaar gevochten, waarbij het zelfs tot man-tegen-man-gevechten kwam, totdat enkele Zuid-Afrikaanse pelotons erin slaagden het zuidelijke deel van de top te bereiken.
De volledige eenheid werd daarna afgelost door de Zuid-Afrikaanse Royal Natal Carbineers. Zij rukten op op de ochtend van 24 oktober 1944 en bereikten, na hevige gevechten, de top. Daarmee consolideerden ze de positie die door enkele van de Kimberly-patrouilles was veroverd. Pas nadat de berg Salvaro was ingenomen, lukte het ook de Scots Guards om diezelfde dag de berg Termine in te nemen. De slag om de berg Salvaro was de hevigste die door Zuid-Afrikaanse troepen tijdens de gehele Italiaanse campagne werd uitgevochten.